M5

No 581.

In den Jare achttien honderd tweeendertig den dertigsten Augustus ten verzoeke van Jacoba Vuijst weduwe Albert van der Vlier, veehoudster wonende te Naarden in hoedanigheid van moeder en wettige voogdes over hare minderjarige kinderen met namen Jannetje van de Vlier oud Achttien jaren, Jan van der Vlier oud veertien jaren, Petronelle van der Vlier oud tien jaren en Gijbertje van der Vlier oud negen jaren aan haar in huwelijk verwekt door Albert van der Vlier in leven veehouder gewoond hebbende te Naarden en aldaar op den derden Julij achttienhonderd eenendertig overleden compareerden voor ons Mr Johannes Petrus Thierens Vrederegter der Kanton Naarden, Arrondissement Amsterdam, Provincie Noordholland geadsisteed met onzen Griffier in onze gewone audientie kamer op het stadluis te Naarden, de bloed en aan verwanten van opgemelde minderjagen te weten van 's vaders zijde Evert van der Vlier, boerenknecht volle broeder, Evert Heijkamp daghuurder behuwd Oom en Gerrit Heijkamp veehouder neef alle wonende te Naarden voorts van 's moeders zijde Pieter Vuijst veehouder Oom, Gijsbert Vuijst Landbouwer oom en Klaas Koeman veehouder achterneef alle mede te Naarden woonachtig.

Welke bloed en aanverwanten zich onder onze voorzitting tot eenen familieraad gevormd hebbende, door ons van het doel dezer zamenkomst zijn onderrigt en vervolgens zijn uitgenodigd om hun advijs te geven omtrent de vraag of de voogdij over de voorschrevene mindergangen aan de rekwirante zal blijven toevertrouwd of niet ingeval zij een tweede huwelijk met Martinus Mulder veehouder wonende te Naarden mogte aangaan, hen doende opnmaken dat ingeval de voogdij der gemelde minderjanigen aan gemelde rekwirante mogte worden overgelaten haar onvermijdelijk tot mede voogd over dezelve hare minderjarige kinderen genoemde Martinus Mulder moet worden toegevoegd ingeval het voorgenomen huwelijk tusschen de rekwirante en hem voltrokken wordt.

Alle voornoemde bloed en aanverwanten hebben ons ieder in het bijzonder verklaard van advijs te zijn dat gemelde rekwirante de voogdij over hare genoemde minderjarige kinderen moet behouden ingeval zij hertrouwt met gemelden Martines Mulder en voor dit geval alleen, en wanneer het vorgenomen huwelijk waar over hier gehandeld wordt zal plaats hebben, verklaarden zij dat voornoemde Martinus Mulder moet benoemd worden tot mede voogd over gemelde minderjanigen.

Aangezien de eenstemmigheid der advijzen door de leden aan den famlieraad gegeven, verklaren wij vrederegter dat in geval de rekwirante Jacoba Vuijst weduwe Albert van der Vlier hier voren genoemd een nieuw huwelijk met den meegemelden Martinus Mulder zoude aangaan, zij de voogdij over hare hier voren geenoemde minderjarige kinderen, aan haar door [een ?] wijlen Albert van der Vlier in echt verwekt behouden zal, en welk geval meer genoemde Martinus Mulder als mede voogd over meergemelde minderjarigen Jan, Petronella, Gijsbertie en Jannetje van der Vlier, overeenkomstig het bepaalde bij Artikel driehonderd zesennegentg van het en veijens/vegens [?] zijnde Buigerlijk wetboek aan de rekwirante zijne vrouw geworden zijnde, nu voot als dan wordt toegevoegd.

Waarvan en van al het welk dit proces verbaal opgemaakt in bijzijn der leden die het zelve met ons en onzen Griffier na voorlezing hebben geteekend met uitzondening van de drie comparanten van 's vaders zijde die verklaarden niet te kunnen schrijven noch hunne namen teekenen.

[handtekeningen]

Y. Vuijst

G. Vuijst

Klaas Koeman

J.P. Thierens vrederegter

J. Houtman griffier

Geregistreerd te Weesp den Eersten september 1800 twee en dertig deel. Zeven folio Vyftien verso Vak Vyf Ontvangen voor regt Tachtig cents is met de Opcenten Een Gulden ti en halve cent

De Ontvanger

bron akte: noord-hollandsarchief.nl 39-279 Vrede- en politiegerechten, 1811-1838, akte 55

De akte is getranscribeerd met behulp van Transkribus. Minimaal verduidelijkingen in de tekst zijn aangebracht.